Een bouwterrein van 1 hm² wordt verdeeld in 20 gelijke stukken. Hoe groot is elk stuk?





5000 m²





0,5 hm²




500 m²





50 m²
1 hm² = 100 meter x 100 meter = 10.000 m²
10.000 m² : 20 = 1000 m² : 2 = 500 m²
Of:
1 hm² = 100 meter x 100 meter
10.000 : 20 = 500
Elk stuk grond wordt 500 m²
Of:
1 hm² = 100 meter x 100 meter
100 : 20 = 5
Elk stuk grond wordt 100 meter x 5 meter = 500 m²
Zie ook de pagina
Oppervlakte.

In het openluchtzwembad voeren drie clowns een act op.
Clown A heeft schoenen van 40 cm lang, B van 45 cm lang en C van 50 cm lang.
Op 4,5 meter afstand van de rand van het zwembad staat een streep.
Clown A zet zijn voeten daar -achter elkaar- voor (richting zwembad), dus zijn achterste hak raakt de streep, zijn voorste hak raakt de neus van zijn achterste schoen.
Clown B zet op dezelfde manier zijn voeten daar weer voor, dan clown C en dan sluit clown A weer aan, enzovoort.
Alles gebeurt in een rechte lijn richting zwembad.
Welke clown valt in het zwembad?





clown A





clown B




clown C
(Een som van Carel Willem de Visser.)

De 6 voeten (met schoenen) zijn samen 2 x ( 40 + 45 + 50 ) = 270 cm
Als clown A weer vooraan aansluit, komt hij tot 270 + 2 x 40 = 350 cm
Clown B komt tot 350 + 2 x 45 = 440 cm, dus 10 cm van het zwembad.
Clown C wankelt nog even op de hak van zijn eerste schoen en wordt vervolgens nat.
Zie ook de pagina
Optellen.