Opa wil zijn 3 kinderen, 3 kleinkinderen en 3 achterkleinkinderen een geldelijke attentie geven.
Elk kind krijgt evenveel.
Elk kleinkind krijgt ook evenveel, maar het bedrag dat zij elk ontvangen is 1/4 deel van het bedrag dat een kind ontvangt.
Ook elk achterkleinkind krijgt hetzelfde bedrag, maar dat bedrag is 1/4 deel van het bedrag dat een kleinkind ontvangt.
Als elk achterkleinkind 10 euro krijgt, moet opa ........ euro besteden.




630 



anders
(Een som van Henk van Huffelen.)
Achterkleinkinderen krijgen 10 euro. Dan krijgen de kleinkinderen 40 euro en de kinderen 160 euro.
3 x 10 = 30
3 x 40 = 120
3 x 160 = 480
Totaal 630 euro.
Of:
Als er sprake zou zijn van 1 kind, 1 kleinkind en 1 achterkleinkind, dan is de verhouding van de bedragen 16 : 4 : 1.
Een kind ontvangt 16/21 deel, een kleinkind 4/21 deel en een achterkleinkind 1/21 deel.
Het benodigde bedrag van opa zou dan een veelvoud zijn van 21 en bedraagt 21 euro als het achterkleinkind slechts 1 euro zou ontvangen.
Maar met 10 euro per achterkleinkind en rekening houdend met 3 kinderen, 3 kleinkinderen en 3 achterkleinkinderen, is het benodigde bedrag 10 x 3 x 21 = 630 euro.
Zie ook de pagina
Verhoudingen.