Wouter en Jeroen gaan samen naar de winkel.
Wouter koopt 2 pennen en 3 linialen voor € 15,50.
Jeroen koopt 3 pennen en 2 linialen voor € 14,50. Het zijn dezelfde pennen en linialen als die van Wouter.
Het verschil tussen de prijs van 1 pen en die van 1 liniaal is ........ cent.
(Een som van Jacques Schopman.)
Als je de twee setjes vergelijkt, zie je dat je een euro goedkoper uitkomt als je een liniaal vervangt door een pen. Het verschil tussen beide artikelen is dus een euro, oftewel 100 cent.
Iets wiskundiger benaderd:
2P + 3L = 15,50
3P + 2L = 14,50
Alles bij elkaar:
5P + 5L = 30, dus 2P + 2L = 12.
1 L meer kost 3,50 meer, 1 P meer kost 2,50 meer (zie de originele aankoopsetjes), dus het verschil tussen P en L is een euro.
En nog iets ingewikkelder met hetzelfde resultaat:
2P + 3L = 15,50
3P + 2L = 14,50
Uit de eerste vergelijking volgt:
2P = 15,50 - 3L
P = 7,75 – 1

L
Vervang in de tweede vergelijking P door (7,75 – 1

L)
3(7,75 – 1

L) + 2L = 14,50
23,25 – 4

L + 2L = 14,50
2

L = 8,75

L = 1,75
L = € 3,50.
3 linialen kosten € 10,50
2 pennen kosten € 15,50 – € 10,50 = € 5,00.
1 pen kost € 2,50
Dat is 1 euro minder dan een liniaal. Het verschil is dus 100 cent.
Zie ook de pagina
Vergelijkingen.