Judith tekent een aantal cirkels van verschillende grootte naast elkaar.
De eerste cirkel heeft een diameter van 1 cm.
De volgende heeft een diameter 2 cm.
De volgende heeft een diameter 4 cm.
De diameter van elke volgende cirkel is tweemaal zo groot als die van de voorgaande.
Op deze manier zijn minimaal ........ cirkels nodig om een gezamenlijke oppervlakte van 1 m² te krijgen.
(Vul een geheel getal in. Reken met pi = 3,14.)
(Een som van Henk van Huffelen.)
1 m² = 10.000 cm².
De oppervlakte van een cirkel is pi x r² of 0,25 x pi x d².
0,25 x 3,14 = 0,785
De oppervlakte van de cirkels is:
(diameter 1 cm) 0,785 cm²
(diameter 2 cm) 3,14 cm²
(diameter 4 cm) 12,56 cm²
(diameter 8 cm) 50,24 cm²
(diameter 16 cm) 200,96 cm²
(diameter 32 cm) 803,84 cm²
(diameter 64 cm) 3215,36 cm², totaal 4286,885 cm²
(diameter 128 cm) 12.861,44 cm², totaal 17.148,325 cm²
Na 8 cirkels is de totale oppervlakte groter dan 1 m²
Of:
De opeenvolgende cirkels hebben diameter 1, 2, 4, 8, enzovoort.
Noem de eerste diameter d1, de tweede d2, enzovoort.
De totale oppervlakte van n cirkels is dan:
3,14 x (d1)² + 3,14 x (d2)² + .... + 3,14 x (dn)² =
3,14 x ((d1)² + (d2)² + .... + (dn)²) moet groter zijn dan 10.000 cm²
(d1)² + (d2)² + .... + (dn)² moet groter zijn dan 3184 cm²
1² + 2² + 4² + 8² + 16² + 32² + 64² = 5461 (dat is niet genoeg)
1² + 2² + 4² + 8² + 16² + 32² + 64² + 128² = 21845 (dit wel)
Na 8 cirkels heb je meer dan 1 m² bereikt.
Zie ook de pagina
Oppervlakte.