Van een (klein) rechthoekig terrein is de lengte 3 meter langer dan de breedte. In getalwaarde is de oppervlakte (in m²) van het terrein gelijk aan de omtrek (in m).
De breedte van het terrein is ........ m.
(Een som van Henri Markens.)
In dit speciale geval geldt: oppervlaktegetal = omtrekgetal
L x B = 2L + 2B (vergelijking 1)
en lengte = breedte + 3 meter
L = B + 3 (vergelijking 2)
Vul vergelijking 2 in bij vergelijking 1:
(B + 3) x B = 2(B + 3) + 2B
B² + 3B = 2B + 6 + 2B
B² + 3B = 4B + 6
B² = B + 6
Van welk getal is het kwadraat 6 groter dan het getal zelf? Dat is 3, want 3² = 9.
De breedte is 3 meter.
Controle:
Breedte 3 meter, lengte 6 meter.
Oppervlakte 3 x 6 = 18 m².
Omtrek 2 x 3 + 2 x 6 = 18 m.
Of, een wiskundige benadering, voor wie deze methode beheerst:
De lengte is L. De breedte is (L - 3).
De oppervlakte is L x (L - 3) en de omtrek is 2L + 2(L - 3).
Die twee getallen moeten gelijk zijn:
L x (L - 3) = 2L + 2(L - 3)
L² - 3L = 4L - 6
L² - 7L + 6 = 0
Ontbinding in factoren:
(L - 1)(L - 6) = 0
Dit geeft twee oplossingen: L = 1 en L = 6. De eerste oplossing kan niet, want dan is de breedte negatief (-2), maar de tweede oplossing kan wel. De lengte is 6 meter en de breedte 3 meter.
Zie ook de pagina
Omtrek.