Even geen rekensom, maar een vraag over de kalender. Om precies te zijn over de nummers van de dagen en maanden.
Otto schrijft data altijd met twee cijfers, een streepje en twee cijfers. Zo schrijft hij 30 maart als 30-03. Het jaartal laat hij weg en getallen onder de 10 krijgen een voorloopnul, zodat het altijd vier cijfers zijn.
Het valt hem op dat de cijfers van 30-03 in twee richtingen hetzelfde zijn, zoals de omkeerbare woorden RAAR, KAAK, ABBA en zijn eigen naam OTTO. Daarom noemt hij 30 maart een omkeerdatum.
Hoeveel van zulke omkeerdata zijn er in een jaar?
Er zijn ........ verschillende omkeerdata in een jaar.
(Vul een geheel getal in.)




6 



anders
Als je naar het maandgetal kijkt, is dit niet zo'n moeilijke vraag. Het maandgetal loopt van 01 t/m 12. Je zou dan de volgende omkeerbare "data" krijgen:
10-01, 20-02, 30-03, 40-04, 50-05, 60-06, 70-07, 80-08, 90-09, 01-10, 11-11, 21-12.
Omdat het eerste getal niet groter dan 31 mag zijn, blijven er nog maar zes over:
10-01, 20-02, 30-03, 01-10, 11-11, 21-12.
Zie ook de pagina
Tijd.