De kano van Evert is met een kabel aan het motorbootje van Joël verbonden.
De motorboot trekt de kano met een snelheid van 12 km/u.
Op een gegeven moment schiet de kabel los en ligt de kano meteen stil. Evert begint onmiddellijk te peddelen in de richting van de motorboot met een snelheid van 3 km/u. De motorboot blijft met dezelfde snelheid doorvaren.
Precies 1 minuut nadat de kabel is losgeschoten, merkt Joël wat er gebeurd is en zet hij de motor af. De motorboot ligt meteen stil. Op dat moment moet Evert nog ........ minuten peddelen voordat de afstand tussen de kano en de motorboot weer hetzelfde is als toen de kabel nog vastzat.
(Vul een heel getal in. Rond zo nodig af.)




3 



anders
(Een som van Jacques Schopman.)
Het motorbootje vaart 1 minuut door en legt in die tijd een afstand af van 1/60 x 12 km = 200 m.
In die ene minuut roeit Evert 1/60 x 3 km = 50 m.
Hij moet nog een verschil van 150 m overbruggen.
Dat doet hij in 3 minuten.
Zie ook de pagina
Snelheid.