Twee vrienden maken een fietstocht van 98 km.
Ze fietsen 6 uur, waarvan 1 uur met een slakkengangetje, 2 uur met de dubbele snelheid hiervan en 3 uur met een snelheid van driemaal de eerstgenoemde snelheid.
De rusttijden zijn buiten beschouwing gelaten en de snelheden zijn als gemiddelde snelheden gerekend.
Gedurende de middelste periode (die van 2 uur) reden de vrienden met een gemiddelde snelheid van ........ km per uur.




14 



anders
(Een som van Henk van Huffelen.)
Stel dat ze het eerste uur fietsen met a km/per uur. In dat uur fietsen ze a km.
In de tweede periode fietsen ze 2 x 2a = 4a km.
in de derde periode fietsen ze 3 x 3a = 9a km.
De totale rit is dan
a + 4a + 9a = 14a km.
Omdat de hele rit 98 km is, kun je a uitrekenen:
14a = 98
a = 7
Ze fietsen 1 uur 7 km/u, 2 uur 14 km/u en 3 uur 21 km/u
Gedurende de middelste periode fietsen ze met een gemiddelde snelheid van 14 km/u.
Zie ook de pagina
Snelheid.