MOB-versie | Naar grote versie






Breuken

Als de bakker een taart in 8 gelijke stukken verdeelt en jij krijgt één zo'n stuk, dan krijg je "één achtste" van de taart.

 

Je schrijft dat als [1/8]. Dat is een breuk.

  • Het cijfer boven de streep vertelt hoeveel van zulke stukken je hebt. Dit cijfer heet de TELLER.
  • Het cijfer onder de streep vertelt hoeveel van zulke stukken een hele taart vormen. Dit cijfer heet de NOEMER.

 

Breuken vergelijken en vereenvoudigen

Als de bakker jou twee van die stukken geeft, dan heb je "twee achtsten" of "twee achtste delen" van de taart.

 

Je schrijft dan [2/8]. Dat is evenveel als één vierde deel, [1/4]. Zie ook Breuken vergelijken.

 

 


 

Bijzondere breuken

Voor sommige breuken bestaan speciale namen.

 

Een helft = [1/2]

 

Een kwart = [1/4]

 

Een procent = [1/100]. Zie ook Procenten.

 

Een promille = [1/1000]






Help | Contact  |  Instellingen


Beter Spellen  Beter Rekenen  NU Beter Engels  NU Beter Duits  NU Beter Frans  Beter Bijbel  

Martin van Toll Producties
in samenwerking met
Noordhoff Uitgevers