In een park is een ronde vijver met een diameter van 39 meter. Er wordt een hek om de vijver geplaatst, precies langs de waterrand.
De parkwachter geeft opdracht om het hek precies 1 meter vanaf de waterrand te zetten. Hierdoor wordt het hek langer. Hoeveel langer ongeveer?





40 m





1 m





3,14 m




6,28 m
Je hoeft de omtrek niet precies uit te rekenen. Sterker nog, het verhaal is voor elke vijverdiameter hetzelfde:
Noem de diameter van de vijver D.
Het gaat om het verschil tussen beide hekken. De straal wordt 1 meter groter, de diameter wordt 2 meter groter (van D naar D + 2). De omtrek van een cirkel is ongeveer 3,14 x D.
Oud hek = 3,14 x D
Nieuw hek = 3,14 x (D + 2)
Verschil: 3,14 x 2 = 6,28 m
Zie ook de pagina
Omtrek.
Marja rijdt op de fiets naar het zwembad om daar haar zoontje op te halen.
Ze haalt met haar e-bike een gemiddelde snelheid van 20 km/u.
Bij het zwembad wacht ze precies 5 minuten op haar zoontje.
Daarna gaan ze samen te voet naar huis via dezelfde weg. Hun gemiddelde snelheid is dan 5 km/u.
Tussen het tijdstip dat Marja thuis op de fiets stapt en het moment dat ze samen weer thuis aankomen, zitten 35 minuten.
De afstand van huis naar zwembad is ........ kilometer.
(Vul een heel getal in. Rond zo nodig af.)




2 



anders
(Een som van Jacques Schopman.)
Fiets- en looptijd duren samen 30 minuten. Dat is 1/2 uur.
Noem de afstand a.
a/20 + a/5 = 1/2
De breuken gelijknamig maken:
3a/60 + 12a/60 = 1/2
15a/60 = 1/2
15a = 60 x 1/2
15a = 30
a = 30/15 = 2 km
Controle:
Ze fietst 2 km met 20 km/u. Dat duurt 1/10 uur, oftewel 6 minuten.
Ze loopt 2 km met 5 km/u.
Dat duurt 2/5 uur, oftewel 24 minuten.
6 + 24 = 30.
Zie ook de pagina
Snelheid.