Op school van Calcula zijn alle kinderen domino aan het spelen. Een dominospel bevat 28 stenen. De stenen zijn 3 x 6 cm.
Ze probeert of ze een gevuld vierkant kan leggen met de 28 stenen van één spel, maar dat lukt niet.
Dan probeert ze of ze met alle stenen van twee complete spellen een gevuld vierkant kan leggen, maar ook daarmee komt ze niet uit.
Calcula moet minimaal ........ COMPLETE spellen gebruiken om een gevuld vierkant te kunnen leggen, waarbij dus alle stenen van die spellen gebruikt worden.
(Een som van Carel Willem de Visser.)
Sommigen denken dat je met de stenen van 7 spellen een gevuld vierkant kunt maken, omdat 7 x 28 = 196 = 14². Dit antwoord klopt niet, omdat de stenen rechthoekig zijn. De stenen zijn zo groot als twee kleine vierkantjes van 3 x 3 cm. De oppervlakte van een compleet spel is 56 van die kleine vierkantjes. En 7 x 56 = 392. Dat is geen kwadraat.
Een goede oplossing is:
Het kleinst te leggen vierkant is 6 cm x 6 cm. Dat kan 14 maal naast elkaar als je de 28 stenen van een compleet spel gebruikt.
Daarmee ontstaat een rechthoek van 6 cm x 84 cm.
Om dat weer vierkant te krijgen heb je in totaal 14 spellen nodig.

Een andere benadering:
Met één compleet spel kun je 14 kleine vierkanten leggen.
Voor een groot vierkant heb je een aantal kleine vierkanten nodig dat een kwadraat is.
Het kleinste kwadraat dat tevens een veelvoud van 14 is, is het kwadraat van 14 zelf. Daarom heb je 14 spellen nodig.
Nog een andere benadering:

Begin met een mini-vierkant van 2 stenen. Door telkens een 'enkele' rand toe te voegen blijft het figuur vierkant. Leg er een rand van zes stenen omheen. Daaromheen kan een rand van tien stenen, dan veertien, etc. Het aantal gebruikte stenen is dan
2 + 6 + 10 + 14 + ... enzovoort stenen.
Dit moet doorgaan tot je een veelvoud van 28 bereikt. Na een rand van 54 stenen is het totaal aantal 392 stenen, wat overeenkomt met 14 spellen van 28 stenen.
Of:
Oppervlakte van 1 steen is 3 x 6 = 18 cm².
Er zitten 28 stenen in een spel. Om een vierkant te kunnen maken moet de oppervlakte een kwadraat zijn.
Ontbind 18 en 28 in factoren:
2 x 3 x 3 en 2 x 2 x 7.
Daarin zitten de kwadraten (van 3 en van 2). Maak van de enkele 2 en 7 ook kwadraten, oftewel vermenigvuldig het geheel met 14.
Dan is 18 x 28 x 14 ook een kwadraat.
Er zijn dan 14 spellen nodig.
Dit is kleinst mogelijke aantal omdat 2 en 7 zelf geen kwadraten zijn.
Zie ook de pagina
Oppervlakte.