
In een schoenendoos van 32 cm lang, 18 cm breed en 12 cm hoog zit een doos waarvan alle maten 2 cm kleiner zijn (dus 30 x 16 x 10).
In die doos zit weer een doos waarvan alle maten 2 cm kleiner zijn. Enzovoort, enzovoort, tot de kleinst mogelijke doos.
Als je alle dozen in een lange rij zet, met de korte kanten tegen elkaar, wordt de rij ........ cm lang. Dat is dus de som van alle lengtes.
(De maten zijn gemeten aan de buitenkant. De tekening is niet op schaal, dus het aantal dozen in de tekening is misschien verkeerd!)




162 



anders
(Een som van Carel Willem de Visser.)

De grootste doos is 12 cm hoog, de volgende 10, dan 8, dan 6, dan 4, dan 2. Het zijn in totaal 6 dozen.
De lengtematen van deze dozen zijn 32, 30, 28, 26, 24 en 22 cm.
De opgetelde lengte is:
32 + 30 + 28 + 26 + 24 + 22 = 162 cm.
Zie ook de pagina
Bewerkingen.