MOB-versie | Naar grote versie



Antwoorden van 26-02-2026 (niveau 1F)



eerdere test 26 FEB latere test
(klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)


De deelnemers op niveau 1F hebben de test van 26-02-2026 zo ingevuld:



59 - 21 + 29 = ........

75 %67 
25 %anders
Optellen en aftrekken doe je in de volgorde zoals het er staat. Dus:
59 - 21 = 38
en dan
38 + 29 = 67.

Zie ook de pagina Gemengde bewerkingen.



Een wielrenner doet 3 uur over 60 km.
Hij doet ........ uur over 40 km.
(Vul een getal in.)

94 %2 
6 %anders
60 km = 3 uur
20 km = 1 uur
40 km = 2 uur

Zie ook de pagina Verhoudingen.



20% van 20 = ........

91 % (afgerond)4 
2 % (afgerond)10
5 % (afgerond)5
2 % (afgerond)1

20% is hetzelfde als delen door 5.
20 : 5 = 4

Zie ook de pagina Makkelijke percentages.




Een 2 euromunt weegt 8,5 gram.
Een 5 euromunt weegt 10,5 gram.

Wat is zwaarder: 20 euro in 5 euromunten of 10 euro in 2 euromunten?

32 % (afgerond)20 euro in 5 euromunten
16 % (afgerond)beide even zwaar
52 % (afgerond)10 euro in 2 euromunten 

(Een som van Carel Willem de Visser.)

20 euro in 5 euromunten:
Dat zijn 4 munten van 10,5 gram.
4 x 10,5 gram = 42 gram

10 euro in 2 euromunten:
Dat zijn 5 munten van 8,5 gram.
5 x 8,5 gram = 42,5 gram

Zie ook de pagina Euro.



TOTAALRESULTAAT:
78% goed

Uitleg van de kleuren en symbolen:
GOED GEKOZENhet juiste antwoord (door jou gekozen)
FOUT GEKOZENeen fout antwoord (door jou gekozen)





Help | Contact  |  Instellingen  |  


Beter Spellen Beter Rekenen NU Beter Engels NU Beter Duits NU Beter Frans NU Beter Spaans Beter Bijbel



Martin van Toll Producties