03 FEB (klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)
De deelnemers op niveau 3F hebben de test van 03-02-2026 zo ingevuld:
Verhoudingen: 4 : 52 is hetzelfde als 2 : ........
26 anders
Je hoeft dit niet te behandelen als twee deelsommen, maar als twee verhoudingen. In de eerste verhouding is het linker getal 4 en in de tweede verhouding is het linker getal 2. Dat is de helft. Als je het rechter getal uit de eerste verhouding ook halveert, is de verhouding weer in balans: 52 : 2 = 26.
Maarten rijdt met de auto naar z'n werk. Daarbij rijdt hij 40 kilometer over de snelweg. De maximumsnelheid is 100 km/u. De eerste 20 km houdt hij zich daar keurig aan, maar hij rijdt de tweede helft 120 km/u. Hoeveel tijd heeft hij hiermee gewonnen?
3 minuten 2 minuten 1 minuut 30 seconden
Het verschil zit in het tweede stuk van 20 kilometer. Als hij netjes 100 km/u was blijven rijden, zou hij die afstand afleggen in uur en dat is 12 minuten. Nu hij 120 km/u rijdt, doet hij dat traject in uur en dat is 10 minuten. Dat is dus 2 minuten tijdwinst.