Adrie moet bij de kassa € 7,10 afrekenen.
Hij betaalt met 4 munten van 2 euro. De caissière wil hem één muntstuk teruggeven. Adrie moet dan eerst nog ........ cent bijbetalen.
(Vul een geheel aantal centen in. Als er meerdere oplossingen mogelijk zijn, kies dan het kleinste getal.)




10 



anders
(Een som van Jacques Schopman.)
Als hij 10 cent bijbetaalt, heeft hij in totaal € 8,10 betaald en kan de caissière hem een munt van 1 euro teruggeven.
Er zijn meer mogelijkheden.
Adrie zou ook 110 cent kunnen bijbetalen.
Dan heeft hij € 9,10 betaald en krijgt hij een munt van 2 euro terug.
Maar 110 is meer dan 10.
110 is niet het kleinste getal en daarom niet het antwoord waarnaar wij vroegen.
Zie ook de pagina
Euro.