Je legt met 36 dobbelstenen een eenlaags, massief vierkant op een tafel.
Als je rond de tafel loopt kun je de stippen (ogen) van de bovenkant en de zijkanten tellen.
Je hebt de dobbelstenen zo gelegd, dat het grootste aantal ogen zichtbaar is.
Als je rond de tafel loopt, zie je in totaal ........ ogen.
(Een som van Henk van Huffelen, variant op een som van Jan ten Klooster.)
Er zijn 4 dobbelstenen op de hoeken. Daarvan zijn telkens de 4, 5 en 6 zichtbaar.
4 hoekstenen met 15 zichtbare ogen = 60 ogen.
Er zijn aan alle vier de zijden 4 dobbelstenen waarvan je twee vlakken ziet. Dat is dan steeds een 5 en een 6.
16 dobbelstenen met 11 zichtbare ogen = 176 ogen.
Er zijn in het middenvlak nog 4 x 4 dobbelstenen waarvan alleen de bovenkant zichtbaar is. Dat is dan een 6.
16 dobbelstenen met 6 zichtbare ogen = 96 ogen.
Totaal 60 + 176 + 96 = 332 zichtbare ogen.
Of:
Bovenop zie je 36 x 6 = 216 ogen.
Er zijn 4 zijkanten met elk 5 x 5 ogen en 1 x 4 ogen.
Dat zijn 4 x 29 = 116 ogen.
In totaal 216 + 116 = 332 ogen.
Zie ook de pagina
Optellen.