23 OKT (klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)
De deelnemers op niveau 3F hebben de test van 23-10-2026 zo ingevuld:
4(2 + 3)² = ........
100 anders
De 4 voor het eerste haakje is een vermenigvuldiging. Eigenlijk staat er dus 4 x (2 + 3)² Eerst uitrekenen wat tussen de haakjes staat en dan 4 x 5² = 100
Met een van de lijnen in deze grafiek is de beweging van een auto getekend. Langs de horizontale as staat de tijd, langs de verticale as staat de afstand tussen de auto en de startstreep. De auto rijdt vanaf de startstreep met ontkoppelde motor van een steile helling af. Verderop wordt de weg vlak en rijdt de auto langzamer. Tegen het eind van de meting staat de auto bijna stil. Welke lijn hoort daarbij? Langs de horizontale en verticale as van de grafiek zijn de stappen telkens even groot (lineaire schaalverdeling).
blauw paars groen rood
De groene lijn loopt in het begin vrij steil omhoog. De auto verwijdert zich snel van de startstreep, maar na een tijdje gaat het niet zo snel meer. Tegen het eind van de meting staat de auto bijna stil.
Een cilindervormige lampenkap heeft een diameter van 50 cm en een hoogte van 30 cm. De onder- en bovenkant zijn open. Wat is de oppervlakte van de buitenkant van de cilinder ongeveer? (Alleen de zijkant, geen onder-, boven- of binnenkant.)
Reken met pi = 3,14 en gebruik eventueel een van de volgende formules: Oppervlakte cirkel = pi x straal² Omtrek cirkel = 2 x pi x straal
9420 cm² 4710 cm² 5887 cm² 58875 cm²
Je hebt hier NIET de formule nodig voor de oppervlakte van een cirkel. Dat zou immers de boven- of onderkant van de lamp zijn en die is open.
Eigenlijk is de lampenkap een lange strook, die rond gebogen is. De hoogte van de strook is 30 cm. De lengte van de strook kun je uitrekenen: die is namelijk gebogen in een cirkel met diameter 50 cm.
De oppervlakte van de cilinder is omtrek x hoogte. Omtrek = 3,14 x 50 = 157 cm. Oppervlakte = 157 x 30 = 4710 cm²