0 actieve gebruikers

Inloggen bestaande gebruiker

Aanmelden nieuwe gebruiker

Naar mobiele versie


Antwoorden van 16-10-2026 (niveau 3F)



eerdere test 16 OKT latere test
(klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)


De deelnemers op niveau 3F hebben de test van 16-10-2026 zo ingevuld:



7 : 100 x 10 : 100 =

3 % (afgerond)0,00007
81 % (afgerond)0,007 
7 % (afgerond)0,07
9 % (afgerond)0,0007

Vermenigvuldigen en delen doe je in de volgorde zoals het er staat. In dit geval dus eerst delen, daarna vermenigvuldigen en dan weer delen.

Zie ook de pagina Gemengde bewerkingen.



1,5 : .... = 5

3 % (afgerond)30
2 % (afgerond)3
88 % (afgerond)0,3 
7 % (afgerond)3,33

5 x 0,3 = 1,5

Zie ook de pagina Kommagetallen delen.




In het midden van een groot gazon is een vierkant perk met planten. Een zijde van het perk is 6 meter.
De parkwachter legt twee rijen tegels aan de BUITENKANT van het perk (dus waar gras was). De tegels zijn 40 x 40 cm. Zo ontstaat een vierkant van twee rijen tegels om het perk heen.

Hiervoor zijn ........ tegels nodig.

52 %136 
48 %anders

Langs elke zijkant passen 15 tegels naast elkaar. Twee rijen zijn 30 tegels.
Vier zijden met 30 tegels zijn 120 tegels.
Daarna zijn er nog vier tegels nodig op elke hoek.

In totaal 120 + 16 = 136 tegels.


Of:
bij de binnenste rij tegels heb je nodig:
4 x (600 : 40) = 4 x 15 = 60 tegels
60 tegels + 4 hoektegels = 64 tegels.

Bij de tweede rij heb je nodig:
4 x (680 : 40) = 4 x 17 = 68 tegels
68 tegels + 4 hoektegels = 72 tegels.
Samen 64 + 72 = 136.

Of in decimeters:

Het perk gaat van 60 naar
60 + 4 x 4 = 76 decimeter met tegels in het vierkant.
Dat is van 3600 naar 5776 vierkante decimeter.
Dat is 2176 vierkante decimeter meer.
Een tegel is 4 x 4 = 16 vierkante decimeter.
Dat zijn 2176 : 16 = 136 tegels.

Of:
4 horizontale rijen van 15 tegels (even lang als het perk) = 60 tegels.
4 verticale rijen van 19 tegels (even lang als het perk + de vier horizontale rijen)= 76 tegels.
Totaal 136 tegels.

Zie ook de pagina Lengte.



Sjaak klautert van de voet van een steile heuvel naar de top met een snelheid van 0,5 km/uur.
Als hij via dezelfde weg weer naar beneden gaat, is zijn snelheid 2,5 km/uur.

Over de hele wandeling van beneden naar boven en terug doet hij 4 uur. Daar is 1 uur pauze op de top bij inbegrepen.
De weg van beneden naar de top is ........ meter.
(Vul een heel getal in zonder spatie of punt.)

33 %1250 
67 %anders
(Een som van Jacques Schopman.)
In totaal loopt hij 3 uur.
De verhouding in snelheid is 1 : 5.
De verhouding in tijd is dan 5 : 1.
De weg omhoog duurt 5/6 x 3 uur = 2,5 uur.
2,5 uur met een snelheid van 0,5 km/uur betekent 1,25 km = 1250 m.

Controle:
1250 meter met 0,5 km/u duurt 1250 : 500 = 2,5 uur
1250 meter met 2,5 km/u duurt 1250 : 2500 = 0,5 uur
2,5 uur + 0,5 uur = 3 uur.

Of:
De klim en afdaling duren samen 3 uur.
Stel dat de weg 2,5 km lang is. Dan duurt de klim naar boven 5 uur en de afdaling 1 uur. Dan duurt de klim en afdaling 6 uur. Dat is twee keer zo veel als de werkelijke tijd (3 uur). De werkelijke afstand is daarom de helft van 2,5 km. Dat is 1250 meter.

Of gebruik de formule:
a x 60 : s = t
waarbij a = afstand, s = snelheid en t = tijd.

Dan krijg je:
60a : 0,5 + 60a : 2,5 = 180
120a + 24a = 180
144a = 180
a = 1,25 km of 1250 meter.

Zie ook de pagina Snelheid.



TOTAALRESULTAAT:
63% goed

Uitleg van de kleuren en symbolen:
GOED GEKOZENhet juiste antwoord (door jou gekozen)
FOUT GEKOZENeen fout antwoord (door jou gekozen)






Beter Spellen Beter Rekenen NU Beter Engels NU Beter Duits NU Beter Frans NU Beter Spaans Beter Bijbel

© 2010 - Beter Rekenen is een initiatief van

Martin van Toll Producties