Verhoudingen:
4

: 3

is hetzelfde als 25 : ........




20 



anders
Je hoeft dit niet te behandelen als twee deelsommen, maar als twee verhoudingen.
In de eerste verhouding is het linker getal 4

en in de tweede verhouding is het linker getal 25.
25 is 6 x 4

.
Als je het rechter getal uit de eerste verhouding ook vermenigvuldigt met 6, is de verhouding weer in balans:
6 x 3

= 20.
Zie ook de pagina
Verhoudingen.
Onder normale omstandigheden bevriest water bij 0 graden Celsius. Water heeft de grootste dichtheid bij een temperatuur van 4 graden C. Zowel boven als onder deze temperatuur wordt het volume groter.
Een liter water (van 4 graden) weegt 1000 gram, een liter ijs (bevroren water) weegt 917 gram. Daardoor blijft ijs drijven op water.
Je zet een liter water van 4 graden C in een vrieskast totdat het een klomp ijs geworden is. Wat is het volume van de klomp ijs?
Rond het antwoord zo nodig af.





1000 cm³




1091 cm³





1101 cm³





917 cm³
(Een som van Henk van Huffelen.)
1 liter water van 4 graden C is 1000 cm³.
Bij het bevriezen zet het water uit. De ijsklomp weegt hetzelfde, maar is groter geworden dan 1000 cm³.
Nu is het een verhoudingensom:
917 gram ijs is 1000 cm³
1 gram ijs is (1000 : 917) cm³ = 1,090513 cm³
1000 gram ijs is 1000 x 1,090513 cm³ = 1090,513 cm³.
Afgerond 1091 cm³.
Zie ook de pagina
Verhoudingen.