In een kermisattractie kunnen 12 volwassenen óf 20 kinderen plaatsnemen.
Als er minder dan 12 volwassenen in zitten, kunnen er kinderen bij.
Op een gegeven moment zitten er slechts 9 volwassenen in deze attractie.
Dan kunnen er nog maximaal ........ kinderen bij.
(Vul een heel getal in.)




5 



anders
(Een som van Jacques Schopman.)
Er zijn 3 volwassen minder dan het maximale aantal.
1 volwassene telt voor 20 : 12 = 5/3 kind.
3 volwassenen tellen voor 3 x 5/3 = 5 kinderen.
Er kunnen naast de 9 volwassen maximaal 5 kinderen plaatsnemen in de attractie.
Of:
Bij 12 volwassenen is de attractie vol.
Bij 9 volwassenen is 1/4 deel nog vrij.
1/4 van 20 kinderen is 5 kinderen.
Zie ook de pagina
Verhoudingen.