11293 actieve gebruikers

Inloggen bestaande gebruiker

Aanmelden nieuwe gebruiker

Naar mobiele versie


Antwoorden van 26-02-2026 (niveau 1F)



eerdere test 26 FEB latere test
(klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)


De deelnemers op niveau 1F hebben de test van 26-02-2026 zo ingevuld:



59 - 21 + 29 = ........

76 %67 
24 %anders
Optellen en aftrekken doe je in de volgorde zoals het er staat. Dus:
59 - 21 = 38
en dan
38 + 29 = 67.

Zie ook de pagina Gemengde bewerkingen.



Een wielrenner doet 3 uur over 60 km.
Hij doet ........ uur over 40 km.
(Vul een getal in.)

95 %2 
5 %anders
60 km = 3 uur
20 km = 1 uur
40 km = 2 uur

Zie ook de pagina Verhoudingen.



20% van 20 = ........

92 % (afgerond)4 
1 % (afgerond)10
5 % (afgerond)5
2 % (afgerond)1

20% is hetzelfde als delen door 5.
20 : 5 = 4

Zie ook de pagina Makkelijke percentages.




Een 2 euromunt weegt 8,5 gram.
Een 5 euromunt weegt 10,5 gram.

Wat is zwaarder: 20 euro in 5 euromunten of 10 euro in 2 euromunten?

32 % (afgerond)20 euro in 5 euromunten
16 % (afgerond)beide even zwaar
52 % (afgerond)10 euro in 2 euromunten 

(Een som van Carel Willem de Visser.)

20 euro in 5 euromunten:
Dat zijn 4 munten van 10,5 gram.
4 x 10,5 gram = 42 gram

10 euro in 2 euromunten:
Dat zijn 5 munten van 8,5 gram.
5 x 8,5 gram = 42,5 gram

Zie ook de pagina Euro.



TOTAALRESULTAAT:
79% goed

Uitleg van de kleuren en symbolen:
GOED GEKOZENhet juiste antwoord (door jou gekozen)
FOUT GEKOZENeen fout antwoord (door jou gekozen)






Beter Spellen Beter Rekenen NU Beter Engels NU Beter Duits NU Beter Frans NU Beter Spaans Beter Bijbel

© 2010 - Beter Rekenen is een initiatief van

Martin van Toll Producties